top of page

Terugblik bijeenkomst: Bedrijven delen duurzaamheidsvraagstukken tijdens interactieve sessie van Het KANNN

  • 2 jun
  • 7 minuten om te lezen

Hoe vertaal je duurzaamheidsambities naar concrete stappen in de praktijk? Die vraag stond centraal tijdens een interactieve sessie verzorgd door Margreet Boersma van het KANNN, op donderdag 28 mei. Tijdens deze bijeenkomst kwamen drie bedrijven samen om hun actuele duurzaamheidspraktijk en bijbehorende vraagstukken te delen: Eemshout PrefabQuercus Boomexperts en Univé


Het doel van de middag was om zichtbaar te maken waar de bedrijven nu staan, welke vragen nog openliggen en waar mogelijk overlap zit voor vervolgonderzoek, studentopdrachten of samenwerking binnen het KANNN. Dit gebeurde aan de hand van drie stappen.


De bijeenkomst was opgebouwd in drie stappen. Eerst deelden de bedrijven hun eigen verhaal en vraagstukken. Daarna werd gezamenlijk verkend welke thema’s elkaar raken of kunnen versterken. Tot slot werd besproken welke vervolgvragen geschikt zijn voor studenten, praktijkgericht onderzoek of verdere samenwerking.


Stap 1 - Verhalen en vraagstukken delen

De drie bedrijven brachten ieder hun eigen perspectief in. Vanuit Pieter de boer, directeur van Eemshout Prefab kwamen vooral vragen naar voren rondom de verdere verduurzaming van de productieomgeving. Het bedrijf heeft al verschillende stappen gezet, onder andere op het gebied van zonnepanelen, elektrisch rijden en sociaal werkgeverschap. Tegelijkertijd liggen er nog vragen rondom het duurzaam verwarmen van de bedrijfshal en het beter benutten van afval- en reststromen uit de productie.


Ook Rob Gulmans van Quercus Boomexperts werkt met zijn bedrijf al actief aan duurzaamheid. Zij hebben onder meer een eigen compensatiebos aangelegd, rijden deels elektrisch en gebruiken HVO100 voor de werkbussen. De grootste uitdaging zit op dit moment in het verder verduurzamen van het werkbuswagenpark. Door zwaar beladen bussen, wisselende werklocaties en beperkte laadmogelijkheden is elektrificatie in de praktijk complex. Daarnaast zoekt Quercus Boomexperts naar manieren om hout, takhout en snippers uit boomverzorging hoogwaardiger te benutten.


Jan Lenting van Univé bracht juist de menselijke en organisatorische kant van duurzaamheid in. Als verzekeraar werkt Univé aan thema’s als klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, social impact en biodiversiteit. Daarbij gaat het niet alleen om de eigen bedrijfsvoering, maar ook om klanten, schadeherstel, risico’s en de verzekeringsportefeuille. Een belangrijke vraag is hoe duurzaamheid onderdeel wordt van het dagelijks werk: hoe krijg je collega’s mee, hoe houd je koers en hoe zorg je dat duurzaamheid niet afhankelijk blijft van één persoon?


Stap 2 – Verkennen van gezamenlijke thema’s

Na de bedrijfsverhalen is gezamenlijk verkend waar overlap zit tussen de vraagstukken. Uit het gesprek kwamen meerdere verbindende thema’s naar voren.


1. Reststromen en circulaire ketens

Een duidelijk gezamenlijk thema is de omgang met reststromen. Bij Quercus Boomexperts gaat het om hout, takhout en snippers uit boomverzorging. Bij Eemshout Prefab gaat het om restmateriaal en afvalstromen uit houtbewerking en prefabproductie. De gezamenlijke vraag is hoe deze stromen beter kunnen worden benut en of er regionale ketens kunnen ontstaan waarin reststromen van het ene bedrijf een grondstof worden voor een ander bedrijf.


Daarbij werd ook duidelijk dat dit niet alleen een technisch vraagstuk is. Het gaat ook om kwaliteitseisen, opslag, transport, schaalgrootte, afzet, certificering en de vraag wie uiteindelijk de klant is. Een reststroom wordt pas echt waardevol wanneer duidelijk is voor wie het materiaal bruikbaar is, onder welke voorwaarden en tegen welke kosten.


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Hoe kunnen houtgerelateerde reststromen van mkb-bedrijven regionaal hoogwaardiger worden benut, rekening houdend met kwaliteit, logistiek, schaal en afzetmarkt?


2. Energie, warmte en benutting van zonnestroom

Een tweede gezamenlijk thema is energie. Bij Eemshout Prefab speelt de vraag hoe de hal duurzaam verwarmd kan worden. Ook kwamen zonnepanelen, gebruik van zonnestroom, teruglevering en energieopslag voorbij. Bij andere bedrijven speelt vergelijkbare onzekerheid rond de inzet van eigen opgewekte energie, batterijen, netcongestie en de vraag wanneer investeren verstandig is.


De centrale vraag is hoe bedrijven hun energievoorziening kunnen verduurzamen op een manier die technisch haalbaar, betaalbaar en passend is bij de bedrijfsvoering. Daarbij gaat het niet alleen om één maatregel, maar om de combinatie van opwek, opslag, gebruik, piekbelasting, warmtebehoefte en toekomstig energieverbruik.


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Hoe kunnen mkb-bedrijven eigen opgewekte energie slimmer benutten voor warmte, productie, laden en opslag, binnen de beperkingen van kosten, techniek en netcapaciteit?


3. Wagenpark, laden en investeringsmoment

Een derde thema is duurzame mobiliteit. Dit speelt vooral sterk bij Quercus Boomexperts, maar werd herkend als breder relevant voor mkb-bedrijven met bedrijfswagens, transport of mobiele dienstverlening. De vraag is niet alleen welke elektrische voertuigen beschikbaar zijn, maar vooral wanneer overstappen verstandig is. Technologische ontwikkeling gaat snel, maar investeringen zijn groot en verkeerde keuzes kunnen kostbaar zijn.


Daarbij spelen actieradius, laadmogelijkheden, voertuiggewicht, inzetpatronen, regelgeving, milieuzones, brandstofkosten, subsidies en afschrijvingstermijnen een rol. Voor Quercus Boomexperts is dit extra complex omdat de werkbussen zwaar beladen zijn en op wisselende locaties worden ingezet.


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Hoe kunnen mkb-bedrijven bepalen wat een verantwoord moment is om hun bedrijfswagenpark te elektrificeren, gegeven technologische ontwikkeling, regelgeving, kosten en praktische inzetbaarheid?


4. Impact, quick wins en prioritering

In het gesprek kwam ook de vraag naar voren waar bedrijven de meeste impact kunnen maken. Niet iedere duurzaamheidsmaatregel levert evenveel op. Soms is de grootste CO₂-winst niet dezelfde als de grootste commerciële winst of de meest haalbare eerste stap. Daarom is prioritering belangrijk.


Voor bedrijven is het waardevol om inzicht te krijgen in maatregelen die zowel duurzaamheidsimpact hebben als praktisch uitvoerbaar zijn. Daarbij kunnen quick wins helpen om beweging te creëren en draagvlak op te bouwen, terwijl grotere investeringen meer voorbereiding vragen.


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Hoe kunnen mkb-bedrijven bepalen welke duurzaamheidsmaatregelen de meeste impact hebben, zowel ecologisch, sociaal als bedrijfseconomisch?


5. CO₂-compensatie, bossen en claims

Bij Quercus Boomexperts kwam het compensatiebos nadrukkelijk aan de orde. Ook werd gesproken over de mogelijkheid om bos, CO₂-rechten of compensatieclaims te koppelen aan bedrijven of klanten. Daarbij spelen vragen rond betrouwbaarheid, registratie, eigenaarschap, dubbele telling, juridische borging en geloofwaardigheid.


Dit thema raakt ook aan bredere vragen over duurzaamheidsclaims. Wanneer mag je zeggen dat iets CO₂-neutraal of CO₂-positief is? Hoe voorkom je dat compensatie vooral symbolisch wordt? En hoe organiseer je compensatie op een manier die ecologisch en maatschappelijk betrouwbaar is?


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Onder welke voorwaarden kunnen mkb-bedrijven betrouwbaar werken met lokale of regionale CO₂-compensatie, bijvoorbeeld via bosaanplant, zonder risico op onduidelijke of te sterke duurzaamheidsclaims?


6. Data, KPI’s en meetbaarheid

Een zesde thema is de vraag hoe impact zichtbaar en meetbaar wordt gemaakt. Bedrijven hebben steeds vaker data nodig om te onderbouwen wat zij doen, bijvoorbeeld richting opdrachtgevers, klanten, financiers of ketenpartners. Tegelijkertijd is het voor veel mkb-bedrijven lastig om te bepalen welke KPI’s relevant zijn en hoe zij deze praktisch kunnen verzamelen.


Daarbij gaat het om CO₂, energieverbruik, materiaalstromen, circulariteit, sociale impact, biodiversiteit en mogelijk ook veiligheids- of preventie-effecten. De vraag is hoe je meetbaarheid organiseert zonder dat het leidt tot een bureaucratische last die niet past bij de schaal van het mkb.


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Welke eenvoudige maar betekenisvolle KPI’s kunnen mkb-bedrijven gebruiken om hun duurzame impact zichtbaar te maken en te volgen?


7. Transitievermogen en organisatieverandering

Het thema transitievermogen kwam vooral via Univé scherp naar voren, maar is breder relevant. Duurzaamheid vraagt niet alleen om technische oplossingen, maar ook om mensen die willen en kunnen meebewegen. In organisaties roept dit vragen op over motivatie, eigenaarschap, weerstand, prioriteiten en de rol van duurzaamheidsmanagers of interne trekkers.


De vraag is hoe je duurzaamheid onderdeel maakt van de organisatie zonder dat het volledig afhankelijk blijft van één persoon. Daarnaast speelt de vraag hoe duurzaamheidsprofessionals zelf veerkrachtig blijven wanneer voortgang traag gaat, doelen verschuiven of collega’s andere prioriteiten hebben.


Een mogelijke praktijkgerichte onderzoeksvraag is: 

Hoe kunnen duurzaamheidsmanagers en interne trekkers het transitievermogen van hun organisatie versterken en zelf gemotiveerd en effectief blijven in langdurige veranderprocessen?


Stap 3 – Vervolgafspraken en mogelijke vervolgstappen

Aan het eind van de bijeenkomst werd duidelijk dat de bedrijven verschillende typen vraagstukken inbrengen. Sommige vragen zijn concreet en technisch, zoals de verwarming van een hal, het benutten van reststromen of het elektrificeren van een wagenpark. Andere vragen zijn systemischer, zoals het ontwikkelen van circulaire ketens, het onderbouwen van CO₂-claims of het versterken van transitievermogen in organisaties.

Voor vervolgactiviteiten zijn er drie sporen denkbaar. Het eerste spoor is het formuleren van studentopdrachten. Geschikte kleinere opdrachten zijn bijvoorbeeld:


  • Een verkenning van duurzame verwarmingsopties voor de hal van Eemshout Prefab;

  • Een inventarisatie van toepassingen voor hout-, takhout- en snipperstromen;

  • Een analyse van de technische en economische haalbaarheid van elektrische werkbussen voor Quercus Boomexperts;

  • Een quickscan naar het slimmer benutten van zonnestroom bij mkb-bedrijven;

  • Een voorstel voor eenvoudige duurzaamheids-KPI’s voor mkb-bedrijven;

  • Een verkenning van manieren waarop duurzaamheidsmanagers collega’s kunnen meenemen in de organisatie.


Het tweede spoor is praktijkgericht onderzoek naar circulaire en energetische ketens in het mkb. Hierbij kunnen meerdere bedrijven worden betrokken, juist omdat de vraagstukken elkaar raken. Quercus Boomexperts en Eemshout Prefab kunnen bijvoorbeeld samen interessant zijn rond houtstromen, restmateriaal, toepassing en afzet. Ook de koppeling met energie, logistiek en meetbaarheid kan hierin worden meegenomen.


Het derde spoor is onderzoek naar transitievermogen. Dit sluit vooral aan bij de vraag van Univé, maar kan ook voor andere KANNN-leden relevant zijn. Dit spoor richt zich op de vraag hoe bedrijven duurzaamheid organisatorisch volhouden: hoe krijg je mensen mee, hoe maak je duurzaamheid onderdeel van gewone werkprocessen, hoe voorkom je dat het bij losse initiatieven blijft, en hoe blijft de interne trekker gemotiveerd?


Conclusie

De bijeenkomst laat zien dat de duurzaamheidsvragen van de deelnemende bedrijven niet allemaal van hetzelfde type zijn. Bij Eemshout Prefab liggen de open vragen vooral bij duurzame verwarming van de hal en de omgang met afval- en reststromen. Bij Quercus Boomexperts gaat het vooral om het verduurzamen van het werkbuswagenpark en het hoogwaardiger benutten van hout- en snipperstromen. Bij Univé ligt de kernvraag vooral bij transitievermogen: hoe krijg je mensen mee in de organisatie en hoe houd je het als duurzaamheidsmanager vol?


Gezamenlijk ontstaat daarmee een rijke agenda voor het KANNN. De gedeelde thema’s zijn praktische mkb-verduurzaming, circulaire ketenvorming, energie en mobiliteit, meetbaarheid van impact en de menselijke kant van transitie. Juist de combinatie van deze thema’s maakt de opbrengst van de bijeenkomst waardevol. De vervolgstap is om deze brede agenda te vertalen naar enkele scherpe studentopdrachten en mogelijk één of meer grotere praktijkgerichte onderzoekslijnen.


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page